
Zaterdag, 20 mei 1978, na de stormlanding
Hierna volgen delen van de geschreven verslagen van de eenheden over de gebeurtenissen gedurende de nadering naar Kolwezi en gedurende het verblijf in de stad.
Luitenant Christiaens van de 21 Compagnie van het 1 Para verklaart wat hij hoorde op zijn draagbare radio TRPP-11 om 0700Hr toen de Compagnie op twee km. van de stad was en hij vaststelt dat het 2 REP op dezelfde frekwentie werkt als de Compagnie. Het volgende bericht wordt onderschept: "Noir, ici Rouge, dépêchez-vous d'occuper le carrefour Whisky car les rigolos d'en face ne sont plus qu'à 3 ou 4 km. Nous devons l'occuper avant eux pour des motifs politiques".
Wat vrij vertaald geeft: "Zwart, hier Rood, haast u om het kruispunt Whisky te bezetten want de leukerds zijn slechts op 3 à 4 km. Wij moeten er eerst zijn om politieke redenen". Om 0830Hr worden de Para's op 1 km voorbij het rondpunt gestopt door voorposten van het 2 REP die de eenheid niet willen doorlaten. Na discussies trekken de Para's toch door.
Op de "Avenue du 30 juin" worden om 1030Hr de eerste lijken ontdekt. De eerste blanken komen buiten. Ze hadden nog niemand gezien. Om 1030Hr vergezeld door een Europeaan als gids, wordt de moord ontdekt op 28 blanken, mannen en vrouwen, en één soldaat van de FAZ, in één kamer van hetzelfde huis. De gids verteld dat twee personen aan de dood hebben kunnen ontsnappen door zich in het dak te verschuilen, waaronder dhr Radu. De echtgenote, mevr Radu, gekwetst aan een been, is 24 uren verdoken gebleven onder de lijken. Een overlevende is formeel: de groep werd op 17 mei door de FAZ in één huis verzameld om die te beschermen. De kinderen maakten teveel lawaai en werden naar een ander huis gebracht. Zo zijn ze ontsnapt aan het drama dat enkele uren later zou gebeuren.
Het brigadehoofdkwartier van de FAZ, in een aangrenzend huuis ingericht, werd op 17 mei 1978 rond 1600Hr aangevallen. De soldaten van de FAZ vluchtten en de rebellen zijn dan, wat later, overgegaan tot de moordpartij.
Om 1200Hr is Luitenant Dumortier getuige van het openen van het vuur door Légionnairs bij de brug Impala op een VW die uit de nieuwe stad kwam. Een Joegoslaaf werd daar doodgeschoten door de Légionnairs. Er worden ook twee lijken van soldaten van de FAZ ontdekt naast een Panhard pantservoertuig, (Z), beschoten door het 2 REP.
Het 3 Para wordt om 0800Hr onder vuur genomen en verliest ongeveer een uur. Kapitein Dewulf, commandant van de 17 Compagnie verklaart: "De kopelementen vallen onder vuur bijna ter hoogte van de cité Manika. Luitenant Bruyère, de pelotonscommandant, ontplooit het peloton en zet de vordering voort. Ik kom naar voor en bemerk door de verrekijker dat de vermeende rebellen in feite 2 REP Légionnairs zijn en herken Kapitein Gaussères, die ik in de Franse Parachutageschool te Pau ontmoet had. Die verklaart na een gesprek dat het vuren ongewild was".
Na dit incident, gelukkig zonder gekwetsten, vordert de opruk in snel tempo. Wanneer de kop van de formatie de omgeving van het station bereikt, wordt de 15 Compagnie onder vuur genomen.
Luitenant Kesteloot verklaart: "Wij zijn op 1 km voor het station, plots slaan kogels in tussen de mensen van het laatste peloton van de Compagnie. Ik neem dan een machinegeweer en vuur persoonlijk boven de hoofden van de manschappen. Degenen die op ons gevuurd hadden verdwijnen. Ik vermoed dat het Légionnairs waren.
Aanvankelijk neemt Luitenant-kolonel Philippe Erulin, (F), de bevelhebber van het 2 REP, geen contact op met het Regiment. Bij het hotel Impala ontmoet hij Majoor Couwenberg die in de stad oprukt met zijn Staf en vraagt hem: "Wie bent u?", waarop de Majoor antwoordt: "Een Bataljonscommandant zoals U" en op de vraag van de Majoor, "Wat doet U hier?" volgt het antwoord: "Een goede vraag, wij wachten al sinds uren op U", (vrije vertaling). Dit zijn de enige woorden die ooit tussen hen gewisseld werden. Wanneer Kolonel Depoorter dit verneemt, stuur hij de Stafchef van het Regiment, Luitenant-kolonel Kesteloot samen met Majoor Henrot en de Eerste-sergeant-majoor Lambrechts naar Kolwezi met een radiojeep. Het onderhoud op de staf van het 2 REP zal een twintigtal minuten duren. Samengevat zegt Luitenant-kolonel Kesteloot tegen de commandant van het 2 REP: "Uw troepen beletten ons contact te nemen met de Belgen in de stad die willen vertrekken". Waarop Erulin antwoord: "Wij zuiveren een rebellennest. Het gevecht is hevig. De vijand heeft reeds een tegenaanval uitgevoerd met een pantservoertuig". Waarop Majoor Henrot repliceert: "Wij ziijn in die zone, er zijn geen rebellen meer". En Luitenant-kolonel Kesteloot voegt er aan toe: "Indien uw troepen ons niet onmiddellijk doorlaten, zullen wij zonder uw toestemming doorrukken met alle mogelijke gevolgen". (vrije vertaling).
LtKol Erulin trekt zich enkele minuten terug voor overleg met zijn staf en verandert radicaal van houding. De Belgen zullen de oude en de nieuwe stad bezetten, het 2 REP de buitenwijken. Eruking vraagt daarop aan Kesteloot of hij Franse gekwetsten kan laten verzorgen. Daarop werden drie Légionnairs met de ambulancejeep van het Regiment naar de medische hulppost op het vliegveld gevoerd. Twee hadden eenvoudige breuken na de parachutage, maar één was gevaarlijk gewond aan de pneumothorax. Majoor Dokter D'Hayere heeft zijn leven gered met een operatie ter plaatse. De gekwetsten werden achteraf door een Franse Transall afgevoerd naar een hospitaal in Lubumbashi.
Het Regiment heeft geen problemen gehad met rebellen, maar enkel en alleen met het Legioen. Achteraf blijkt dat het 2 REP, via Kol Gras, de bevelen volgde van het Elysée, die een eigen buitenlandse politiek volgde. De Franse invloed moest groter worden in Zaïre, (Afrika). Een Franco-Afrikaanse topvergadering was gepland in Parijs en moest twee weken later plaats vinden. Daarom mochten de Belgische C-130's aanvankelijk niet over Frankrijk vliegen. Het 2 REP moest aankomen vóór de Belgen. Het was op de hoogte van de plannen van het Regiment. Werd het daarom geparachuteerd bij het vallen van de avond? Het was belangrijk in Kolwezi te zijn vooraleer het Regiment arriveerde en, in elk geval, beletten de stad te bezetten. Daarom werd op de Para-commando's gevuurd om hun vooruitgang naar de stad te vertragen. Een Belgische interventie moest immers nutteloos blijken, want de Fransen zouden het probleem reeds hebben opgelost! |
Niettegenstaande die moeilijkheden met het 2 REP trekken de Bataljons verder in de stad. Er liggen overal doden, langs de muren voor de huizen, in het midden van de straten, aan een verkeersplein liggen ook lijken van inlanders, zonder uniform. Zijn het rebellen of inwoners? Zeer snel komen de blanken en ook zwarten uit hun huizen en schuilplaatsen. Er wordt gehuild, er wordt gelachen. De Para-commando's worden gefeliciteerd, omhelsd. Er wordt meegedeeld dat het vliegveld in handen is van het Regiment en dat vliegtuigen klaar staan om hen af te voeren indien ze dit wensen. Ze verzamelen in het College Jean XXIII. "De massa komt nu toegestroomd. Nooit meer heb ik nog zo tastbaar de betekenis van het woord "paniek" ervaren, er zijn gewoon geen woorden voor: verwilderde blikken, onsamenhangende verhalen, ongecontroleerde angst met slechts één doel: weg, weg, weg en zo snel mogelijk". (Majoor G. Couwenberg).
Ze worden naar het vliegveld gebracht met vrachtwagens van onder andere de Gécamines, met Para-commando's aan het stuur. Andere vluchtelingen arriveren met hun persoonlijke wagen, die ze ter plaatse laten. Sommige vluchtelingen worden op het vliegveld eerst onthaald in de heelkundige mobiele post, onderzocht en indien nodig verzorgd. Allen worden in het onthaalcentrum geregistreerd. Men noteert de identiteit, er wordt eten en drinken gegeven. Dan worden ze gegroepeerd volgens de door hen gekozen bestemming: Lubumbashi of Kinshasa via Kamina, en per C-130 overgebracht. Die inlichtingen worden doorgeseind naar het ontvangstcentrum in Kamina. Vanuit Kinshasa worden ze met de 727's van de 15 Wing of 707's van SABENA naar Europa gevlogen.
De inlichtingsofficier en zijn adjuncten trachten meer en betere informatie te bekomen over de sterkte van de rebellen, over hun bewapening, enz..., natuurlijk, eveneens over blanken die leven rond Kolwezi: waar en hoeveel? Pater Fernand gaf nuttige inlichtingen. Om 1445Hr zijn reeds vijfhonderd vluchtelingen op het vliegveld van Kolwezi toegekomen.
Om 1500Hr komt President Mobutu aan in een Zaïrese C-130, opnieuw vergezeld door veel buitenlandse journalisten, en opnieuw geen enkele Belg. Hij feliciteert de Commandant van het Regiment, Kolonel Depoorter, en vraagt hem om zijn opdracht. Hij verneemt dat de Belgische regering 72 uren heeft gegeven om de vluchtelingen de kans te geven om Kolwezi te verlaten. Mobutu schijnt niet tevreden en vertrekt onmiddellijk met de C-130.
Om 1600Hr vertrekt een eerste patrouille bevolen door Eerste-sergeant-majoor Cuyvers van het 1 Para, met als gids dhr Leemans en met andere verantwoordelijken van de Gécamines die in Kolwezi wonen. Met drie voertuigen gaat het naar Nzilo-Delcommune op 30 km van Kolwezi. Dertien personen keren met de patrouille terug naar Kolwezi, eveneens een eenhei van de FAZ die van de escorte profiteert om Kolwezi te vervoegen. Om 1800Hr neemt de patrouille de ringbaan naar de fabriek UZK om de technieker Zikkos op te halen. Contact wordt gelegd met een eenheid van het 2 REP die een heuvel aanvalt waar nochtans door de patrouille geen spoor van rebellen werd ontdekt.
Op een bepaald ogenblik komt een Frans officier Majoor Couwenberg meedelen dat het Regiment geen Franse burgers mocht laten vertrekken. Het antwoord van de Majoor was simpel: "U kunt ons geen orders geven, maar u kunt dit zelf vertellen aan de vluchtelingen die daar staan te wachten". (vrije vertaling). De Fransman verdwijnt zonder de vluchtelingen toe te spreken. Later zal een Franse Transall, Franse vluchtelingen vervoeren.
Op de commandopost van het Regiment kwam een Zaïrees officier vragen geen inlanders af te voeren. Sommigen die niet tot de Lundastam behoorden, waren bang en wilden vertrekken. Achteraf ontvingen we van Majoor Mahele, (Z), een met de hand geschreven papier getekend door Kolonel Bonsangé, (Z), commandant van de uitgeschakelde brigade: "Tot nader order mogen enkel de zieken die niet kunnen verzorgd worden in het hospitaal, afgevoerd worden. Andere Zaïrezen mogen niet vertrekken. Indien andere instructies volgen, zullen we overeenkomen om ze toe te passen". (vrije vertaling). Dit werd overgemaakt aan Brussel, en uitgevoerd, maar steeds werd uitleg aan de inlanders verschaft zodat men het Regiment niet van racisme kon beschuldigen.
Om 1800Hr wordt aan Brussel gemeld dat achtien vluchten met C-130 reeds 1.900 mensen afgevoerd hebben naar Kamina en Lubumbashi. Ook gedurende de nacht vervolgt men de evacuatie. Aan weerzijden van de landingsbaan van het vliegveld worden op 50 m van elkaar, de achtergelaten auto's van de vluchtelingen geplaatst die de startbaan verlichten tot de batterijen leeg waren.
Zondag, 21 mei 1978
Twee derden van de stad is in handen van het Regiment, een derde is bezet door het 2 REP. Bij het vallen van de nacht hebben de compagnies van elk bataljon zich gegroepeerd in "rondomverdediging". 's Nachts werd door de Para-commando's niet geschoten, niet één kogel. Alhoewel de jonge miliciens nooit gebivakeerd hadden onder de evenaar en talrijke onbekende geluiden in de omgeving verdacht waren, bleef de vuurdicipline uitstekend. Het Legioen beweerde achteraf dat ze gans de nacht door rebellen werden aangevallen. Er werd inderdaad veel gevuurd.
Om 0700Hr briefing bijgewoond door Kolonel Bonsange, (Z). Er worden zes patrouilles gestuurd. Het Regiment beschikt over eigen voertuigen met radioverbinding en gebruikt ook enkele vrachtwagens achtergelaten door de FAZ en van de Gécamines. Hier volgt een kort relaas van het verloop van enkele patrouilles.
Kapitein Marchal, commandant van de 13 Cie van het 1 Para, vertrekt naar Mpala op vijftig km van Kolwezi. Bij het vertrek ontmoet hij bij het Hotel Impala, Luitenant-Kolonel Erulin, (F), commandant van het 2 REP. Deze laatste raadt de Kapitein ten zeerste af om Kolwezi te verlaten: "Ge denkt er niet aan. De sterkte van de rebellen voor onze posities schat ik op 2.000 man. Gij en gans de Compagnie lopen zeer groot gevaar... daarenboven, niet later dan gisterenavond werden wij aangevallen door twee compagnies rebellen en ik tel twee doden". (vrije vertaling). Er is geen teken van rebellen tijdens de eerste 30 km. Er wordt in de dorpen en op de velden gewerkt. Tijdens de volgende 20 km is alles zeer kalm. Om 1600Hr verklaren de inlanders van de Missie in Mpala dat de paters van Scheut al drie dagen voordien vertrokken waren naar Kamina. Om 1730Hr vervoegd de Compagnie Kolwezi en nergens werden rebellen ontmoet.
De 11 Compagnie en de Staf- en Dienstencompagnie van het 1 Para patrouilleren in de cité's Manika en Caroline: geen enkel spoor van rebellen. Luitenant Dumortier, commandant van de 15 Compagnie van het 3 Para, vertrekt naar Komoto op 15 km van Kolwezi, om na te gaan of de inrichtingen die de electriciteit verschaffen aan de stad erg beschadigd zijn. Contact wordt genomen met een voorpost van het 2 REP waar de patrouille vertrekt. Ook hier wordt het afgeraden de stad te verlaten. Bij de fabriek bemerken ze "vreemde" elementen die na 15 minuten vluchten in de brousse wanneer de patrouille volledig ontplooit. De voertuigen van de "rebellen" werden achtergelaten. De Compagnie was terug in de stad om 1600Hr.
Kapitein Brijs, operatieofficier, vertrekt met een patrouille van de Staf- en Dienstencompagnie van het 3 Para tot 25 km. ten zuiden van Kolwezi. Hij wordt vergezeld door dhr De Borchgrrave, journalist van Newsweek en een fotoreporter van UPI. In zijn artikels worden alle berichten van de Franse pers over de "heldendaden" van het 2 REP tot de nuchtere werkelijkheid terug gebracht. Alle blanken waren vertrokken. Geen rebellen ontmoet.
Dokter Saintraint van het Belgisch Consulaat in Lubumbashi en een medische ploeg proberen lijken in de stad te identificeren. De Krijgauditeur, dhr Denaegel vergezelt hen.
Om 1235Hr aankomst van de Belgische ambassadeur, dhr Rittweger de Moor. Hij krijgt een volledige briefing en begeeft zich per jeep naar Kolwezi. Hij is ontzet wanneer hij al de lijken ziet in de stad en de vermoorden in éénzelfde kamer. Dan om 1400Hr een tweede bezoek van president Mobutu en enkele Zaïrese generaals. Opnieuw foto's. Hij probeert de Commandant van het Regiment, Kolonel Depoorter, te beïnvloeden om de opdracht te veranderen. Een simpel antwoord wordt gegeven door Kolonel Depoorter: "Enkel de Belgische Regering kan de opdracht veranderen". Mobutu vertrekt naar Kolwezi, beschermd door gewapende Reccejeeps onder leiding van Kapitein de Cumont. Om 1800Hr zijn alle patrouilles terug bij hun bataljon met vluchtelingen en zonder verliezen.
| 92 Blanken werden vermoord in Kolwezi. De lijkschouwingen hebben aangetoond dat allen vermoord werden vóór donderdag 18 mei 1978, de dag waarop het Regiment vertrok vanuit België. |
Op de basis van Kamina, (BAKA)
Terwijl de operaties in Kolwezi efficiënt werden uitgevoerd, bleven de Para-commando's in Kamina niet inactief. Tweeduizend driehonderd personen werden ontvangen, geïdentificeerd en een lichte maaltijd aangeboden. Velen werden nog eens medisch onderzocht en verzorgd. Vanuit Kamina vertrokken ze met SABENA-vliegtuigen, sommigen naar familie in Lubumbashi, anderen naar Kinshasa en vandaar naar België.
Maandag, 22 mei 1978
Om 0400Hr verleent de Generale Staf de toelating om uit Kolwezi te vertrekken. Wanneer het 3 Para om 0630Hr naar het vliegveld vertrekt, begint het 2 REP, samen met ZaÏrese troepen een grootscheepse zuiveringsactie in een cité waar de Para's nog gevaarloos hadden gepatrouilleerd. Rond 1325Hr vertrekken de laatste C-130's naar BAKA met de Antitankcompagnie, de Staf van het Regiment en het medische detachement.
De eenheden maken zich klaar om 's anderendaags naar België terug te keren. Maar..., om 1800Hr ontvangt het Regiment een bericht uit Brussel met felicitaties en het volgende: "Houdt evenwel en tot nader order een zelfstandig en versterkt Bataljon te Kamina, samen met luchtvaartmiddelen, alle munitie, de nodige logistieke steun en de nodige voertuigen. Opdracht: zich klaar houden om op bevel van de Minister van Landsverdediging iedere reddings operatie ten bate van vluchtelingen uit te voeren indien de toestand dit zou vereisen".
Twee uren later volgt een nieuwe boodschap: "Houdt u klaar voor elke mogelijke tussenkomst te Lubumbashi, Kipushi en Likasi". Inderdaad, het nieuws over het drama in Kolwezi, de moorden en verkrachtingen, heeft zich als een broussebrand verspreid over Zaïre, speciaal in Shaba, en dan ook Brussel bereikt. Op de kaart van Shaba zijn de plaatsen vermeld waar de Para-commando's gedurende enkele weken verbleven om bij de blanke bevolking het vertrouwen in de veiligheid te herstellen, (klik op de kaart om deze in groot formaat te bekijken). De opdracht luidt: 1) De evacuatie uit Shaba voorbereiden; 2) Geen enkele steun verlenen aan de FAZ; 3) De duur van het verblijf zal beperkt blijven tot drie maanden met één aflossing.
Dinsdag, 23 mei 1978
Het 3 Para en de 14 Compagnie van het 2 Commando vertrekken om 0400Hr naar België en arriveren er om 2100Hr. Ze worden verwacht door Minister Vanden Boeynants. In tegenwoordigheid van de ouders en de pers spreekt hij de Para-commando's toe en feliciteert hen voor het uitstekende werk. Hij benadrukt het humanitaire karakter van de opdracht van de troepen die voorlopig in Kamina blijven. Er is zwijgplicht (!). Zelfs de journaliste van de Belgische Radio en Televisie, Mw. Martine Tanghe krijgt niets los van de Para-commando's, door de zwijgplicht opgelegd door het Ministerie van Landsverdediging.
[terug naar de navigatie] |